ECLI:NL:HR:2018:790

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 mei 2018
Publicatiedatum
29 mei 2018
Zaaknummer
16/03587
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 SrArt. 275 SvArt. 6.3.e EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake feitelijke leiding valsheid in geschrift door rechtspersoon

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor feitelijke leiding geven aan meermalen gepleegde valsheid in geschrift door een rechtspersoon, zoals bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had verdachte eerder veroordeeld en het cassatieberoep richtte zich onder meer op vermeende schendingen van procesrechten, waaronder de vertaling van een deel van de verklaring van verdachte door een tolk en de afwijzing van een getuigenverzoek.

De Hoge Raad oordeelde dat het beroep in cassatie niet tot cassatie kon leiden. De vermeende schending van artikel 275 van Pro het Wetboek van Strafvordering en artikel 6.3.e van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) werd niet nader gemotiveerd, mede omdat het technische karakter van het betwiste deel van de verklaring geen schending opleverde.

Daarnaast werd het standpunt van verdachte dat de Belastingdienst geen nadeel had ondervonden door de fraude niet relevant geacht voor de cassatie. De Hoge Raad stelde vast dat de middelen niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaak gaven en wees het beroep af.

Het arrest werd uitgesproken door de Strafkamer van de Hoge Raad op 29 mei 2018, waarbij vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers het arrest tekenden.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

29 mei 2018
Strafkamer
nr. S 16/03587
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 1 juni 2016, nummer 21/001051-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Meijers, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 mei 2018.