ECLI:NL:HR:2018:751

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 mei 2018
Publicatiedatum
22 mei 2018
Zaaknummer
16/04547
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 285.1 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie wegens medeplegen bedreiging met gaspistool

De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van bedreiging door met een gaspistool achter anderen aan te rennen en in de lucht te schieten. Het hof oordeelde dat het verweer van noodweerexces niet opging, omdat niet was vastgesteld dat de aangevers zich met wapens bij de woning van de verdachte hadden vertoond.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad overwoog dat het hof zijn feitelijke beoordeling zorgvuldig had gemaakt en dat het beroep op noodweerexces onvoldoende was onderbouwd.

De Hoge Raad stelde vast dat het hof niet onbegrijpelijk had geoordeeld dat de aangevers zich niet met wapens bij de woning van verdachte hadden vertoond. Gezien deze feitelijke grondslag was het beroep op noodweerexces niet aannemelijk. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.

De uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering en onderstreept het belang van een degelijke feitelijke beoordeling door het hof. Het arrest sluit aan bij eerdere jurisprudentie over medeplegen en noodweerexces.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen bedreiging met een gaspistool blijft in stand.

Uitspraak

22 mei 2018
Strafkamer
nr. S 16/04547
IV/EC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 25 augustus 2016, nummer 21/004652-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J. Bussink, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 mei 2018.