Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
4.Beoordeling van de middelen voor het overige
5.Beslissing
22 mei 2018.
Hoge Raad
Op 19 juli 2011 bedreigde verdachte samen met anderen opsporingsambtenaren tijdens een vlucht na een ripdeal waarbij hennepplanten werden weggenomen. De groep vervoerde vuurwapens, munitie en tiewraps. Na de beroving vluchtten zij in een Volkswagenbusje met de gestolen planten. De bestuurder reed met hoge snelheid en gevaarlijk rijgedrag, terwijl vanuit het busje meerdere schoten werden gelost, zichtbaar en hoorbaar voor de politie.
Het hof kon niet vaststellen wie precies schoot, maar concludeerde dat verdachte en zijn mededaders nauwe en bewuste samenwerking hadden en medeplegen van bedreiging pleegden. Verdachte had een wezenlijke bijdrage aan het delict en stemde in met de vlucht en het schieten, ook al was hij niet per se de schutter.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van verdachte. Het hof had voldoende gemotiveerd dat verdachte medepleger was en dat de bedreiging met vuurwapens tijdens de vlucht onderdeel was van de gezamenlijke criminele onderneming. Het oordeel van het hof was niet onbegrijpelijk en berustte op toereikende feiten en omstandigheden.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 juli 2016 en verwierp het beroep van verdachte.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt medeplegen van bedreiging opsporingsambtenaren tijdens vlucht met vuurwapens en verwerpt cassatieberoep.