Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Assen,
gevestigd te Amsterdam,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
20 april 2018.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of de opzegging van een kredietovereenkomst door ABN AMRO Bank jegens eiseres en Atropa Belladonna B.V. onrechtmatig was en of de bank haar opzeggingsbevoegdheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar had uitgeoefend.
De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam met meerdere vonnissen en werd voortgezet bij het gerechtshof Amsterdam, dat op 20 december 2016 een arrest wees. Eiseres c.s. stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiseres c.s. niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarmee werd het beroep verworpen en werden eiseres c.s. veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest bevestigt dat de bank haar opzeggingsbevoegdheid niet onaanvaardbaar heeft uitgeoefend en dat er geen sprake is van toerekenbare tekortkoming of onrechtmatig handelen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam wordt bekrachtigd.