ECLI:NL:HR:2018:63

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 januari 2018
Publicatiedatum
23 januari 2018
Zaaknummer
16/05804
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRMArt. 94a SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep in cassatie tegen beslaglegging op motorblokken en personenauto

Klager stelde eigenaar te zijn van een personenauto en motorblokken waarop conservatoir beslag was gelegd in een strafzaak tegen een ander dan klager. Klager richtte zich tegen de rechtbank die het beslag had gehandhaafd, stellende dat de rechtbank ten onrechte de maatstaf hanteerde voor het eigenaarschap en dat zijn recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro) was geschonden doordat hij niet de gelegenheid kreeg aan te tonen dat hij rechthebbende was.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geoordeeld dat de middelen niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad vond geen aanleiding om rechtsvragen te beantwoorden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Er was geen schending van het recht op hoor en wederhoor of andere procesrechtelijke beginselen vastgesteld.

De beschikking van de Rechtbank Overijssel werd bevestigd en het beroep van klager verworpen. De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 23 januari 2018, waarbij de vice-president en twee raadsheren het vonnis tekenden.

Uitkomst: Het cassatieberoep van klager tegen de beslaglegging wordt verworpen en het beslag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

23 januari 2018
Strafkamer
nr. S 16/05804 B
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 23 november 2016, nummer RK 16/397, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft A.W. Syrier, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 januari 2018.