Uitspraak
gevestigd te Luxemburg, Luxemburg,
gevestigd te Breda,
gevestigd te Den Haag,
gevestigd te Antwerpen, België,
wonende te [woonplaats], België,
wonende te [woonplaats], België,
gevestigd te Brugge, België,
wonende te [woonplaats], België,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
3.Beoordeling van de middelen in het principale en het incidentele beroep
DCC Exploitation heeft alleen met [verweerder 4] en [verweerster 7] geheimhoudingsafspraken gemaakt, maar niet met [verweerder 3] en [verweerder 6]/Newday. DCC Exploitatie heeft dus niet voldaan aan de voor de bescherming van bedrijfsgeheimen te stellen eis dat redelijke maatregelen zijn genomen om de informatie geheim te houden, zodat deze vennootschap zich niet met vrucht op know how-bescherming had kunnen beroepen. Bij deze stand van zaken kan het feit dat Forax c.s. na 10 februari 2011 de know how zijn blijven gebruiken niet alsnog een onrechtmatige daad jegens DC SA als de (beweerdelijk) nieuwe rechthebbende op de A-know how opleveren. Daarbij heeft het hof tevens in aanmerking genomen dat DC c.s. niet hebben gegriefd tegen de vaststelling van de rechtbank dat Forax c.s. met DC c.s. geen afspraken tot geheimhouding hebben gemaakt. (rov. 11.6)
Dit betekent dat de art. 1019h Rv-kosten voor de eerste aanleg ten hoogste op (€ 211.700,21 : 2 =) € 105.850,11 kunnen worden gesteld. (rov. 17.4)
De onderdelen klagen dat het hof heeft miskend dat in ieder stadium van het proces van totstandkoming van een computerprogramma creatieve stappen moeten worden gezet en dat alle in het ontwikkelingsproces van het computerprogramma vervaardigde producten behoren tot het ‘voorbereidend materiaal’.
Als de functionaliteit van een computerprogramma auteursrechtelijk zou kunnen worden beschermd, zou bovendien de mogelijkheid worden geboden om ideeën te monopoliseren ten koste van de technische vooruitgang en de industriële ontwikkeling (arrest SAS/WPL, punten 40 en 41).
Het heeft daarbij overwegingen gewijd aan zowel de DC-Specificaties/DC-Customized Software en meer specifiek het DC-Functional Design 14.1, als aan de klantgegevens en aan de gegevens over de klanten-oliemaatschappijen.
Voorts heeft het in rov. 11.6 geoordeeld over de geheimhoudingsverplichtingen die volgens DC c.s. op Forax c.s. zouden rusten.
Ook deze klacht kan niet tot cassatie leiden. Het hof heeft deze vordering klaarblijkelijk, en blijkens de formulering ervan niet onbegrijpelijk, verbonden geacht met de auteursrechtelijke grondslag van de vorderingen van DC c.s. Zoals hiervoor in 3.3.4 en 3.4.2 is overwogen, falen de klachten van het middel tegen de afwijzing van de vorderingen op deze grondslag. Het onderdeel moet het lot van die klachten delen.
4.Proceskosten
De Hoge Raad begrijpt deze afspraak aldus, dat wordt beoogd dat voor de onderdelen 1-2 en de onderdelen 3-4 in het principale beroep afzonderlijke kostenveroordelingen worden uitgesproken, en dat voor de onderdelen 3-4 het liquidatietarief geldt. DC c.s. zullen als ten aanzien van de onderdelen 1-2 in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten ten aanzien van de behandeling van die onderdelen. Omdat uitsluitend onderdeel 4 slaagt, en Forax c.s. de door dat onderdeel bestreden beslissing niet hebben uitgelokt of verdedigd, zullen de kosten ten aanzien van de behandeling van de onderdelen 3-4 worden gereserveerd tot de einduitspraak.
5.Beslissing
19 januari 2018.