Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
10 april 2018.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag. De kern van het cassatiemiddel is dat het hof in hoger beroep het voorschrift van artikel 51 (oud) Sv, thans artikel 48 Sv Pro, niet heeft nageleefd door te verzuimen een afschrift van de appeldagvaarding aan de raadsman van de verdachte te zenden.
Uit de stukken blijkt dat noch de verdachte noch een raadsman in hoger beroep is verschenen. Wel is een stelbrief aan de griffie van het hof per fax verzonden, maar deze was niet aanwezig in het dossier dat het hof ter beschikking stond. Dit duidt erop dat het voorschrift niet is nageleefd, waardoor de zaak buiten aanwezigheid van verdachte en diens raadsman is behandeld zonder geldige grondslag.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het hof voor hernieuwde behandeling. De Hoge Raad volgt deze conclusie en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het Gerechtshof Den Haag om opnieuw te worden berecht en afgedaan conform de wettelijke voorschriften.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.