Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
27 maart 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een klaagster tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 24 mei 2016, waarin een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv werd behandeld. Het klaagschrift had betrekking op beslagmaatregelen bij gedoogde coffeeshops. De advocaat van de klaagster stelde een middel van cassatie voor, maar de Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat het geen nadere motivering behoefde omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad verwees tevens naar samenhangende zaken met nummers 16/02779, 16/02781, 17/00709, 17/00713, 17/00714 en 17/00716.
De beschikking werd gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren V. van den Brink en M.J. Borgers, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 27 maart 2018. Het beroep werd verworpen en daarmee bleef de beschikking van de rechtbank Den Haag in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank Den Haag blijft in stand.