Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
27 maart 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door klager tegen een beschikking van de Rechtbank Amsterdam van 10 februari 2016. Het klaagschrift was gericht tegen beslaglegging ex artikel 94 Sv Pro op een personenauto die toebehoorde aan klager.
Klager verzocht onder meer om aanhouding van het beslag en het bevel tot overlegging van nadere stukken en het verrichten van aanvullend onderzoek door het Openbaar Ministerie op grond van artikel 23.1 Sv. De rechtbank wees dit verzoek af.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van klager beoordeeld en geoordeeld dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, RO, is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad heeft het beroep derhalve verworpen en de beschikking van de rechtbank bevestigd. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van klager wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.