Uitspraak
gevestigd te Ouder-Amstel,
gevestigd te [vestigingsplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
Deze overeenkomst is gedateerd en ondertekend op 20 januari 2012 en aan de Belastingdienst ter registratie aangeboden op 31 januari 2012.
AA Accountants betoogt dat het geding vanaf 3 november 2011 aanhangig was als bedoeld in art. 3:43 lid 1 BW Pro. Dit standpunt is echter niet te rijmen met art. 125 lid 1 Rv Pro, waarin is bepaald dat het geding aanhangig is vanaf de dag der dagvaarding. Het standpunt van AA Accountants brengt verder met zich dat niet duidelijk is af te bakenen wanneer een geding al dan niet aanhangig is in de zin van art. 3:43 lid 1 BW Pro. Dat leidt tot onaanvaardbare rechtsonzekerheid. AA Accountants hebben voorts nog betoogd dat eerst bij mededeling van de cessie sprake is van verkrijging in de zin van art. 3:43 lid 1 BW Pro, maar dit betoog strandt omdat het niet strookt met de tekst van art. 3:94 lid 3 BW Pro. (rov. 3.3)
Op grond van art. 6:130 lid 1 BW Pro is AA Accountants bevoegd, ondanks de overgang van de vordering van Previa op [verweerster], haar tegenvordering op Previa in verrekening te brengen, omdat deze tegenvordering voortvloeit uit dezelfde rechtsverhouding als de overgegane vordering.
Uit het vonnis van de voorzieningenrechter blijkt dat de daarin beoordeelde vordering van AA Accountants erop was gericht met de op grond van art. 843a Rv te verkrijgen bescheiden te bewijzen dat de vordering van Previa door verrekening (gedeeltelijk) teniet is gegaan.
De proceskostenveroordeling in dat vonnis vloeit aldus voort uit dezelfde rechtsverhouding als de overgegane vordering. Het faillissement van Previa doet aan de verrekeningsmogelijkheid niet af. (rov. 3.10)
23 maart 2018.