ECLI:NL:HR:2018:382

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 maart 2018
Publicatiedatum
20 maart 2018
Zaaknummer
16/02376
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 161bis SrArt. 440 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste kwalificatie bij vernieling elektriciteitswerk

De verdachte werd ten laste gelegd dat hij in de periode van december 2010 tot februari 2011 te Diemen een gedeelte van het elektriciteitswerk van een woning had beschadigd, een stoornis in de werking had veroorzaakt en een veiligheidsmaatregel had verijdeld, terwijl daardoor gevaar voor goederen te duchten was. Het Hof Amsterdam verklaarde dit bewezen en kwalificeerde het handelen van de verdachte als opzettelijk veroorzaken van een stoornis in de werking van een elektriciteitswerk met verhindering of bemoeilijking van stroomlevering ten algemenen nutte.

De Hoge Raad constateerde dat het Hof een onjuiste kwalificatie had toegepast. De tenlastelegging was toegesneden op art. 161bis Sr aanhef en onder 2°, dat betrekking heeft op gevaar voor goederen, terwijl het Hof had gekwalificeerd op art. 161bis Sr aanhef en onder 1°, dat ziet op verhindering of bemoeilijking van stroomlevering. Daarnaast was niet bewezen dat de verdachte opzettelijk had gehandeld, hetgeen wel vereist is volgens art. 161bis Sr.

Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de beslissingen en strafoplegging betrof met betrekking tot deze tenlastelegging. De zaak werd terugverwezen naar het Hof Amsterdam voor hernieuwde berechting binnen het bestaande hoger beroep. Het beroep werd voor het overige verworpen.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 20 maart 2018.

Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

20 maart 2018
Strafkamer
nr. S 16/02376
NME/AJ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 8 april 2016, nummer 23/001837-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958.

1.Geding in cassatie

Het beroep – dat blijkens de daarvan opgemaakte akte uitsluitend is gericht tegen de beslissingen ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-850069-12 (zaak A) tenlastegelegde – is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R. van Leusden, advocaat te Amsterdam, en C. Grijsen, advocaat te Almere, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de beslissingen ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 13-850069-12 onder 3 tenlastegelegde en tot zodanige op art. 440 Sv Pro gegronde beslissing als de Hoge Raad passend voorkomt.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel klaagt over de kwalificatie van de bewezenverklaarde.
2.2.1.
Aan de verdachte is in de zaak met parketnummer 13-850069-12 onder 3 tenlastegelegd dat:
"hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 december 2010 tot en met 24 februari 2011 te Diemen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een gedeelte van) het elektriciteitswerk van perceel [a-straat 1] heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of een stoornis in de gang of de werking van een zodanig werk heeft veroorzaakt en/of een ten opzichte van een zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel heeft verijdeld terwijl daarvan gevaar voor goederen te duchten was, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) een of meer zegels van de huisaansluitkast verbroken ten behoeve van de elektriciteitsvoorziening en/of (vervolgens) de (zogenaamde) shunt(jes) opengezet en/of een (illegale) elektriciteitsaansluiting aangebracht (die (buiten de meter om) een in die woning aanwezige en in werking zijnde hennepplantage van elektriciteit voorzag."
2.2.2.
Daarvan is bewezenverklaard dat:
"hij in de periode van 1 december 2010 tot en met 24 februari 2011 te Diemen een gedeelte van het elektriciteitswerk van perceel [a-straat 1] heeft beschadigd en een stoornis in de werking van een zodanig werk heeft veroorzaakt en een ten opzichte van een zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel heeft verijdeld, terwijl daarvan gevaar voor goederen te duchten was, immers heeft de verdachte een zegel van de huisaansluitkast verbroken ten behoeve van de elektriciteitsvoorziening en vervolgens de zogenaamde shunt(jes) opengezet en een illegale elektriciteitsaansluiting aangebracht die buiten de meter om een in die woning aanwezige en in werking zijnde hennepplantage van elektriciteit voorzag."
2.2.3.
Het Hof heeft het aldus bewezenverklaarde gekwalificeerd als:
"opzettelijk een stoornis in de gang of werking van een elektriciteitswerk veroorzaken terwijl daardoor verhindering of bemoeilijking van stroomlevering ten algemenen nutte ontstaat."
2.3.
Art. 161bis Sr luidt voor zover hier van belang:
"Hij die opzettelijk enig electriciteitswerk vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt, stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk veroorzaakt, of een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel verijdelt, wordt gestraft:
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vijfde categorie, indien daardoor verhindering of bemoeilijking van stroomlevering ten algemenen nutte ontstaat;
2°. met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
(...)"
2.4.
De hiervoor weergegeven tenlastelegging is toegesneden op art. 161bis, aanhef en onder 2°, Sr. De hiervoor weergegeven kwalificatie is ontleend aan art. 161bis, aanhef en onder 1°, Sr. In aanmerking genomen dat niet is tenlastegelegd noch bewezenverklaard dat de verdachte "opzettelijk" heeft gehandeld – zoals wordt vereist in art. 161bis, aanhef, Sr – alsmede dat het Hof het op art. 161bis, aanhef en onder 2°, Sr toegesneden bewezenverklaarde ten onrechte heeft gekwalificeerd op art. 161bs, aanhef en onder 1°, Sr, kan de bestreden beslissing niet in stand blijven.
2.5.
Het middel is terecht voorgesteld.

3.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak - voor zover aan zijn oordeel onderworpen - ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak - voor zover aan zijn oordeel onderworpen - maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 13-850069-12 onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 maart 2018.