ECLI:NL:HR:2018:322

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 maart 2018
Publicatiedatum
13 maart 2018
Zaaknummer
16/02028
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 137e SrArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in zaak opzettelijk uitlokken van racistische uitlatingen via internet

De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens het opzettelijk uitlokken van het openbaar maken van beledigende uitlatingen wegens ras, gepleegd via een voor iedereen toegankelijke internetsite. De verdachte had anderen uitgenodigd om hun racistische opvattingen en uitlatingen te uiten.

Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatie in bij de Hoge Raad, waarbij hij zich liet bijstaan door zijn advocaat. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.

De uitspraak bevestigt de strafrechtelijke aansprakelijkheid voor het uitlokken van racistische uitlatingen via internet en benadrukt het belang van art. 81 RO Pro bij de beoordeling van cassatiemiddelen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam wordt bekrachtigd.

Uitspraak

13 maart 2018
Strafkamer
nr. S 16/02028
SK
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 22 maart 2016, nummer 23/000724-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.C. Schouten, advocaat te Breda, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 maart 2018.