Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
20 november 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 maart 2017. Verdachte werd veroordeeld voor mishandeling waarbij zwaar lichamelijk letsel is toegebracht, namelijk een gebroken tand door een stomp in het gezicht.
Verdachte voerde onder meer noodweer aan als verweer. Daarnaast werd een beroep gedaan op eigen schuld ten aanzien van de vordering van het benadeelde partij. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld maar vond geen aanleiding om de middelen te behandelen, omdat deze niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Op grond van artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering werd het cassatieberoep verworpen. De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het hof. Het arrest werd gewezen door vice-president W.A.M. van Schendel en raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien op 20 november 2018.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.