ECLI:NL:HR:2018:2332

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 december 2018
Publicatiedatum
17 december 2018
Zaaknummer
17/01862
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 140 SrArt. 197a SrArt. 420bis SrArt. 420ter SrArt. 69 AWR
Verwijzingen
9 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling leider criminele organisatie voor mensensmokkel, witwassen en belastingfraude

De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor het feitelijk leidinggeven aan een criminele organisatie die zich schuldig maakte aan gewoonte mensensmokkel, opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting en gewoontewitwassen. Tevens werd hij veroordeeld als leider van deze organisatie op grond van artikel 140, derde lid, Sr.

Het cassatieberoep richtte zich met name op de vraag of het hof ten onrechte had geoordeeld dat verdachte de leider van de organisatie was. De Hoge Raad verwijst naar een samenhangende zaak (ECLI:NL:HR:2018:2331) en oordeelt dat de aangevoerde gronden niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof en verwerpt het beroep. Hiermee blijft de veroordeling van verdachte voor de genoemde strafbare feiten en zijn rol als leider van de organisatie in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling van verdachte als leider van de criminele organisatie blijft in stand.

Uitspraak

18 december 2018
Strafkamer
nr. S 17/01862
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 6 april 2017, nummer 22/004508-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Pakistan) op [geboortedatum] 1960.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel klaagt dat het Hof ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde ten onrechte bewezen heeft verklaard dat de verdachte 'leider' als bedoeld in art. 140, derde lid, Sr van de in de bewezenverklaring genoemde organisatie was.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in het heden uitgesproken arrest in de zaak 17/01863 (ECLI:NL:HR:2018:2331) kan het middel niet tot cassatie leiden.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 december 2018.