Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3 Beslissing
11 december 2018.
Hoge Raad
Verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak betreffende poging tot doodslag. Namens verdachte is een schriftuur ingediend door zijn advocaat.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard.