Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3 Beslissing
11 december 2018.
Hoge Raad
Verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 8 december 2017 in een strafzaak wegens poging tot doodslag. Namens verdachte is een schriftuur ingediend door zijn advocaat.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 11 december 2018.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard.