Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
11 december 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 14 juni 2017. De verdachte werd geconfronteerd met het bezit van hennepplanten, hennepafval en henneptoppen, alsmede het telen van hennepstekken, in strijd met de Opiumwet.
De verdediging voerde onder meer een denatureringsverklaring aan en stelde bezwaren tegen het bewijs met betrekking tot de wetenschap van verdachte over de aanwezigheid van hennepafval en henneptoppen in afgesloten zakken en emmers, evenals tegen het bewijs rond de hennepstekkenteelt.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarmee werd het cassatieberoep verworpen en bleef het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.