ECLI:NL:HR:2018:2231

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 december 2018
Publicatiedatum
3 december 2018
Zaaknummer
17/02268
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 80a RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt toepassing eenvoudige kasopstelling bij ontneming drugshandel

De zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel.

De Hoge Raad bevestigt dat bij toepassing van de methode van eenvoudige kasopstelling niet relevant is of uitgaven, zoals kosten van treinkaartjes, zijn gedaan voor legale activiteiten of voor de handel in verdovende middelen. Deze kosten worden geacht te zijn gemaakt teneinde het wederrechtelijk verkregen voordeel te genereren.

De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep en de Hoge Raad volgt dit advies. Het middel van cassatie leidt niet tot beantwoording van nieuwe rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 4 december 2018.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsvordering blijft in stand met toepassing van de eenvoudige kasopstelling.

Uitspraak

4 december 2018
Strafkamer
nr. S 17/02268 P
SG/EC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 11 april 2017, nummer 23/005211-15, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 december 2018.