Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
20 november 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging tijdens een vechtpartij op Koningsdag 2014 in Arnhem.
De bewezenverklaring steunt op verklaringen van het slachtoffer, meerdere politieagenten en portiers, die het geweld en de betrokkenheid van verdachte omschrijven. De verdediging voerde aan dat er onvoldoende overtuigend bewijs was en dat er sprake was van verwarring over de betrokken personen en hun gedragingen. Daarom verzocht zij om het horen van negen getuigen, waaronder vijf agenten, twee portiers en het slachtoffer, om de feiten nader te onderzoeken.
Het Hof wees dit verzoek af wegens het ontbreken van noodzaak, zonder nadere motivering. De Hoge Raad oordeelt dat deze afwijzing zonder nadere motivering niet begrijpelijk is en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het Hof voor een nieuwe beoordeling, waarbij het getuigenverzoek opnieuw moet worden gewogen en de zaak op het bestaande hoger beroep moet worden afgedaan.
Uitkomst: Arrest Hof Arnhem-Leeuwarden vernietigd wegens onvoldoende motivering afwijzing getuigenverzoek, zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling.