ECLI:NL:HR:2018:2105

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 november 2018
Publicatiedatum
14 november 2018
Zaaknummer
18/00118
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:683 lid 3 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in ontbinding arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren

Plano Plastics B.V. heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] werd bevestigd. De zaak betreft de vraag of bij disfunctioneren van een werknemer voldoende schriftelijke waarschuwing vereist is en of sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de kantonrechter en het gerechtshof en overweegt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat deze niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaken. Het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep van [verweerder] komt daardoor niet aan de orde.

De Hoge Raad wijst het cassatieberoep van Plano af en veroordeelt Plano in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee blijft de ontbinding van de arbeidsovereenkomst en de toekenning van een billijke vergoeding conform artikel 7:683 lid 3 BW Pro en eventuele contractuele beëindigingsvergoeding in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren.

Uitspraak

16 november 2018
Eerste Kamer
18/00118
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
PLANO PLASTICS B.V.,
gevestigd te Mierlo,
VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster
in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. K. Teuben,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie, verzoeker
in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. S. Kousedghi.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Plano en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaak 5733267 EJ VERZ 17/112 van de kantonrechter te Eindhoven van 31 maart 2017 en 14 april 2017;
b. de beschikking in de zaak 200.218.552/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 oktober 2017.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft Plano beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het principale beroep.
De advocaat van Plano heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt Plano in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 397,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
16 november 2018.