Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2018:206

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 februari 2018
Publicatiedatum
15 februari 2018
Zaaknummer
16/06033
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 3 onder d BWArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ongeschiktheid werknemer

De zaak betreft een cassatieberoep tegen de ontbinding van een arbeidsovereenkomst wegens ongeschiktheid van de werknemer om de bedongen arbeid te verrichten, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onder Pro d van het Burgerlijk Wetboek. De kantonrechter en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hadden de ontbinding reeds bevestigd.

Verzoeker stelde zich in cassatie op het standpunt dat het hof onjuist had geoordeeld, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie behoefde de Hoge Raad geen nadere motivering, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt verzoeker in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak is gedaan door de vice-president en raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontbinding van de arbeidsovereenkomst blijft in stand.

Uitspraak

16 februari 2018
Eerste Kamer
16/06033
TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,
t e g e n
ERA CONTOUR B.V.,
gevestigd te Zoetermeer,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. F.M. Dekker.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en Era.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 4704360 van de kantonrechter te Utrecht van 4 maart 2016;
b. de beschikking in de zaak 200.192.339 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 september 2016.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Era heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro,
geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Era begroot op € 853,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsherenA.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
16 februari 2018.