Uitspraak
beiden wonende te [woonplaats], Brazilië,
zetelende te Den Haag,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
2 november 2018.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Verzoekers, een Nederlandse man en zijn Braziliaanse echtgenote, vroegen de Nederlandse rechter om adoptie van hun kind, dat reeds in Brazilië was geadopteerd, te erkennen volgens Nederlands recht. De rechtbank Den Haag en het gerechtshof Den Haag wezen dit verzoek af. Verzoekers stelden beroep in cassatie in tegen de beschikking van het hof.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere uitspraken van rechtbank en hof en overweegt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat deze geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal was om het cassatieberoep te verwerpen.
Uiteindelijk verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is om de adoptie van het in Brazilië geadopteerde kind te erkennen. De beschikking is gegeven door de raadsheren en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Polak.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is de adoptie van het in Brazilië geadopteerde kind te erkennen.