ECLI:NL:HR:2018:2007

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 oktober 2018
Publicatiedatum
25 oktober 2018
Zaaknummer
17/01028
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 SrArt. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
7 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase bij valsheid in geschrift

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake valsheid in geschrift door een voormalig directeur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Het middel betrof onder meer de vraag of digitale agenda-afspraken als geschrift in de zin van art. 225 Sr Pro kunnen worden aangemerkt en of deze agenda een bewijsbestemming had binnen de organisatie.

De Hoge Raad oordeelde dat het eerste middel niet tot cassatie kon leiden en dat dit geen nadere motivering behoefde. Het tweede middel klaagde over overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro tijdens de cassatiefase, doordat stukken te laat door het hof waren ingezonden.

De Hoge Raad achtte dit middel gegrond en besloot daarom tot vermindering van de opgelegde taakstraf van honderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis, naar 95 uren taakstraf en 47 dagen hechtenis. Voor het overige werd het beroep verworpen. De uitspraak werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 30 oktober 2018.

Uitkomst: Vermindering van de taakstraf naar 95 uren en vervangende hechtenis naar 47 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

30 oktober 2018
Strafkamer
nr. S 17/01028
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 14 februari 2017, nummer 22/000435-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. Gonzalez Bos, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot vermindering van de opgelegde straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het tweede middel

3.1.
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2.
Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde taakstraf van honderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze 95 uren, subsidiair 47 dagen hechtenis, belopen;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 oktober 2018.