Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
30 oktober 2018.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd veroordeeld voor het smokkelen van twee Eritrese vreemdelingen naar Nederland, door hen vanuit Italië met de auto binnen te brengen, terwijl hij wist dat hun toegang wederrechtelijk was.
De verdediging voerde in cassatie aan dat het handelen van de verdachte uitsluitend uit humanitaire overwegingen plaatsvond, verwijzend naar de noodsituatie in Eritrea. De Hoge Raad herhaalde de criteria voor een algemene strafuitsluitingsgrond zoals noodtoestand of psychische overmacht, waarbij sprake moet zijn van een levensbedreigende situatie waarvoor geen andere hulp mogelijk is dan het wederrechtelijk over de grens brengen.
Het hof had geoordeeld dat de noodsituatie in Eritrea niet meer relevant was omdat de vreemdelingen zich al in Italië bevonden, een veilig land van eerste opvang, en dat het niet aannemelijk was dat het wederrechtelijk binnenbrengen naar Nederland noodzakelijk was. Dit oordeel was voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de strafbaarheid van de verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de strafbaarheid van verdachte voor mensensmokkel ondanks het beroep op humanitaire noodsituatie.