Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
30 oktober 2018.
Hoge Raad
De curator van een failliete BV heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Overijssel die een klaagschrift van een pandhouder deels gegrond en deels ongegrond verklaarde. Het klaagschrift betrof de teruggave van 137 auto's die onder de BV in beslag waren genomen, evenals een aanvulling tot teruggave van een camper en personenauto onder de pandhouder.
De rechtbank had het klaagschrift van de pandhouder deels gegrond verklaard en de teruggave van de personenauto gelast, maar het overige klaagschrift ongegrond verklaard. De Hoge Raad oordeelde dat op grond van artikel 552d, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering geen cassatieberoep openstaat voor de curator tegen deze beschikking.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep van de curator niet-ontvankelijk. De uitspraak bevestigt de beperkte ontvankelijkheid van cassatieberoepen in zaken betreffende klaagschriften tot teruggave van inbeslaggenomen goederen onder failliete rechtspersonen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de curator wordt niet-ontvankelijk verklaard.