Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
2 oktober 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin betrokkene werd veroordeeld voor medeplegen van passieve omkoping en valsheid in geschrift. Het hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op ten minste € 4.000,-, waarvan € 2.000,- aan betrokkene werd toegerekend, zonder nadere motivering.
De Hoge Raad oordeelt dat de motivering van het hof omtrent de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel ontoereikend en onbegrijpelijk is. De bewezenverklaring berust op getuigenverklaringen en dossierstukken waaruit blijkt dat taakstraffen werden afgekocht tegen betaling, waarbij betrokkene en zijn medeverdachte de opbrengsten deelden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling en afdoening van het hoger beroep. De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 2 oktober 2018.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.