ECLI:NL:HR:2018:1796

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 september 2018
Publicatiedatum
27 september 2018
Zaaknummer
18/00615
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in omzetbelastingzaak fiscale eenheid

Belanghebbende, een fiscale eenheid, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 januari 2018. Deze uitspraak betrof het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland over door belanghebbende op aangifte betaalde omzetbelasting voor de periode van 1 juli 2015 tot en met 30 september 2015.

In cassatie werden twee middelen voorgesteld door belanghebbende, waarop de Staatssecretaris van Financiën een verweerschrift indiende. De Hoge Raad oordeelde dat deze middelen niet tot cassatie konden leiden, omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd gewezen door raadsheren E.N. Punt (voorzitter), M.E. van Hilten en E.F. Faase, en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2018.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van de fiscale eenheid is ongegrond verklaard.

Uitspraak

28 september 2018
Nr. 18/00615
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van fiscale eenheid
[X] B.V. c.s.(voorheen: fiscale eenheid
[A] B.V. c.s.) te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 9 januari 2018, nrs. 17/00466 tot en met 17/00468, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 16/14 tot en met AWB 16/16) betreffende door belanghebbende op aangifte voldane bedragen aan omzetbelasting over de periode 1 juli 2015 tot en met 30 september 2015.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.N. Punt als voorzitter, en de raadsheren M.E. van Hilten en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2018.