Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
25 september 2018.
Hoge Raad
In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, gericht tegen een betrokkene die feitelijk leiding gaf aan oplichting gepleegd door een rechtspersoon en gewoontewitwassen.
Het cassatieberoep werd ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 21 april 2017. De betrokkene werd bijgestaan door advocaat Y. Moszkowicz. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom werd het beroep verworpen en bleef het arrest van het Hof Den Haag in stand. Het arrest werd uitgesproken door de strafkamer van de Hoge Raad op 25 september 2018.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Den Haag blijft in stand.