Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
25 september 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake poging tot doodslag en de toepassing van noodweerexces. De verdachte had beroep ingesteld tegen het hofarrest van 6 februari 2017. Namens de verdachte diende advocaat G.E. Menick een middel van cassatie in. De plaatsvervangend Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep wordt derhalve verworpen.
Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers. De uitspraak vond plaats op 25 september 2018 tijdens een openbare terechtzitting. Hiermee blijft het hofarrest in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor poging tot doodslag blijft in stand.