ECLI:NL:HR:2018:176

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 februari 2018
Publicatiedatum
8 februari 2018
Zaaknummer
17/01220
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 481 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake verzoek tot opening rangregeling en benoeming rechter-commissaris

In deze zaak heeft verzoekster cassatie ingesteld tegen de beschikking van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 december 2016, waarin het hof het verzoek tot opening van de rangregeling en benoeming van een rechter-commissaris op grond van artikel 481 Rv Pro heeft afgewezen.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beslissingen van de voorzieningenrechter in de rechtbank Oost-Brabant en het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor het geding in feitelijke instanties. Verzoekster heeft geen nieuwe gronden aangevoerd die tot cassatie konden leiden.

De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep, hetgeen de Hoge Raad heeft gevolgd. Gezien artikel 81 lid 1 RO Pro was nadere motivering niet vereist omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en verzoekster veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die nihil zijn begroot aan de zijde van de curatoren, Topshelf en de belanghebbenden.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en verzoekster wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

9 februari 2018
Eerste Kamer
17/01220
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoekster] ,
gevestigd te [plaats] , België,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden,
t e g e n
1. Philip Willem SCHREURS q.q.,
kantoorhoudende te Eindhoven,
2. Jan Evert STADIG q.q.,
kantoorhoudende te ’s-Hertogenbosch,
3. OPPIDO B.V.,
gevestigd te Hedel,
4. OMNINO B.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Belanghebbenden:
5. [belanghebbende 5] ,
wonende te [woonplaats] ,
6. [belanghebbende 6] ,
7. de vennootschap naar buitenlands recht
[belanghebbende 7] ,
8. [belanghebbende 8] ,
wonende te [woonplaats] , Verenigde Arabische Emiraten,
9. de Stichting DE VIJF MUSKETIERS,
gevestigd te Dubai,
Verenigde Arabische Emiraten,
niet verschenen.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] , verweerders onder 1 en 2 als de curatoren, verweerders onder 3 en 4 als Topshelf, de belanghebbenden onder 5 tot en met 9 als de belanghebbenden.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak C/01/298568/BP RK 15-823 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Oost-Brabant van 26 november 2015;
b. de beschikking in de zaak 200.186.193/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 december 2016.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curatoren, Topshelf en de belanghebbenden hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curatoren, Topshelf en de belanghebbenden begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
9 februari 2018.