Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
25 september 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 november 2016 in een zedenzaak. Verdachte werd bijgestaan door advocaat M.L. Plas. De plaatsvervangend Advocaat-Generaal Paridaens concludeerde tot verwerping van het beroep, waarop de verdediging schriftelijk reageerde.
De Hoge Raad oordeelt dat de ingebrachte middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat deze geen rechtsvragen bevatten die in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling beantwoord dienen te worden. Daarom is geen nadere motivering vereist.
Uiteindelijk verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof. De uitspraak werd gedaan door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, met de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, op 25 september 2018.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.