Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
25 september 2018.
Hoge Raad
Verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 22 december 2016 in een strafzaak. Namens verdachte is een middel van cassatie voorgesteld door zijn advocaat. De plaatsvervangend Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Rechtsvordering is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof gehandhaafd. Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 25 september 2018.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof gehandhaafd.