ECLI:NL:HR:2018:1545

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 september 2018
Publicatiedatum
11 september 2018
Zaaknummer
17/00048
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 ROArt. 10a.1 onder 2 en 3 OpiumwetArt. 350 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in drugszaken

In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van het voorbereiden en bevorderen van het opzettelijk vervoeren en binnen Nederland brengen en doorvoeren van drugs, alsmede vernieling. Het Gerechtshof Den Haag had verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk.

Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, waarbij onder meer werd geklaagd over een schending van het recht op een redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen wat betreft de duur van de straf, met vermindering daarvan.

De Hoge Raad oordeelde dat het eerste middel niet tot cassatie kon leiden, maar dat het tweede middel gegrond was omdat de stukken te laat waren ingezonden, waardoor de redelijke termijn was overschreden. Dit leidde tot vermindering van de gevangenisstraf van 36 naar 35 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De rest van het beroep werd verworpen. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafduur en stelde de straf dienovereenkomstig vast.

Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd van 36 naar 35 maanden vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

11 september 2018
Strafkamer
nr. S 17/00048
EC/IV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 27 december 2016, nummer 22/004057-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering hiervan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het tweede middel

3.1.
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2.
Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze 35 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 september 2018.