ECLI:NL:HR:2018:120

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 januari 2018
Publicatiedatum
30 januari 2018
Zaaknummer
16/01085
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 359 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt ontnemingsmaatregel uit wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepteelt

De betrokkene stelde in cassatie dat het wederrechtelijk verkregen voordeel aanzienlijk lager was dan het door het hof opgelegde bedrag van €73.007, omdat hij slechts €3.500 had verdiend met twee mislukte hennepoogsten. Het hof had deze stelling niet inhoudelijk behandeld en bevestigde de betalingsverplichting.

De Hoge Raad overweegt dat het middel van cassatie geen aanleiding geeft tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom wordt het middel verworpen zonder nadere motivering.

Het arrest bevestigt daarmee de ontnemingsmaatregel opgelegd door het hof Arnhem-Leeuwarden en handhaaft de betalingsverplichting van €73.007. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de betalingsverplichting van €73.007,- wordt bevestigd.

Uitspraak

30 januari 2018
Strafkamer
nr. S 16/01085 P
AGE/SSA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 22 januari 2016, nummer 21/000722-14, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 januari 2018.