Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
30 januari 2018.
Hoge Raad
De betrokkene stelde in cassatie dat het wederrechtelijk verkregen voordeel aanzienlijk lager was dan het door het hof opgelegde bedrag van €73.007, omdat hij slechts €3.500 had verdiend met twee mislukte hennepoogsten. Het hof had deze stelling niet inhoudelijk behandeld en bevestigde de betalingsverplichting.
De Hoge Raad overweegt dat het middel van cassatie geen aanleiding geeft tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom wordt het middel verworpen zonder nadere motivering.
Het arrest bevestigt daarmee de ontnemingsmaatregel opgelegd door het hof Arnhem-Leeuwarden en handhaaft de betalingsverplichting van €73.007. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de betalingsverplichting van €73.007,- wordt bevestigd.