Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
10 juli 2018.
Hoge Raad
Betrokkene stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 21 oktober 2016, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. De advocaat van betrokkene diende middelen van cassatie in, waarin onder meer de Geerings-problematiek werd aangekaart.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom werd het beroep zonder nadere motivering verworpen.
Het arrest werd gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en de raadsheren Buruma en van den Brink, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 10 juli 2018.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontnemingsvonnis van het gerechtshof blijft in stand.