ECLI:NL:HR:2018:1079

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juli 2018
Publicatiedatum
3 juli 2018
Zaaknummer
16/04540
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 242 SrArt. 302 SrArt. 45 SrArt. 342.2 SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in zaak verkrachting en poging zware mishandeling

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in een strafzaak over verkrachting en poging zware mishandeling. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar.

De Hoge Raad beoordeelde drie middelen. De eerste twee middelen, onder meer over de schending van de unus testis-regel en bewijsklacht omtrent voorwaardelijk opzet, werden verworpen zonder nadere motivering omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

Het derde middel betrof de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, doordat stukken te laat door het hof werden ingezonden. Dit middel werd gegrond verklaard, wat leidde tot vermindering van de gevangenisstraf van drie jaar naar twee jaar en acht maanden.

De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur en verwierp het beroep voor het overige. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 3 juli 2018.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van drie jaar naar twee jaar en acht maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

3 juli 2018
Strafkamer
nr. S 16/04540
SK
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 augustus 2016, nummer 20/002130-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste en het tweede middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het derde middel

3.1.
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2.
Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van drie jaren.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze twee jaren en acht maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 juli 2018.