Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 4 mei 2017. Dit hof had het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant betreffende een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente behandeld.
De Hoge Raad beoordeelde de ingediende middelen van belanghebbende en oordeelde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Verder achtte de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest werd gewezen door de raadsheren P.M.F. van Loon (voorzitter), M.E. van Hilten en E.F. Faase, en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2018.