Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
26 juni 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake poging tot medeplegen oplichting bij de verkoop van iPhones. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de strafmaat, met vermindering van de straf, en tot verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelde dat het eerste middel niet tot cassatie kon leiden en dat het tweede middel, dat betrekking had op overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, gegrond was.
Hierdoor werd de gevangenisstraf verminderd tot drie maanden en drie weken, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep werd voor het overige verworpen. De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest alleen voor wat betreft de strafmaat en handhaafde het verder.
De uitspraak benadrukt het belang van de redelijke termijn in strafzaken en de toepassing van artikel 6 EVRM Pro in cassatieprocedures.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot drie maanden en drie weken, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.