ECLI:NL:HR:2018:1004

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 juni 2018
Publicatiedatum
25 juni 2018
Zaaknummer
15/01912
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 ROArt. 273f Sr
Verwijzingen
5 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in mensenhandelzaak

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch in een mensenhandelzaak, waarin verdachte werd veroordeeld voor het bewegen van een slachtoffer zich beschikbaar te stellen voor prostitutie. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen wat betreft de strafduur.

De Hoge Raad beoordeelde twee middelen: het tweede middel werd verworpen zonder nadere motivering, het eerste middel betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad achtte dit middel gegrond en vond dat de strafvermindering van twee maanden gerechtvaardigd was omdat de uitspraak meer dan 36 maanden na het instellen van het cassatieberoep werd gedaan.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en verminderde deze van veertien naar twaalf maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee werd voldaan aan het vereiste van een redelijke procesduur in cassatie.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van veertien naar twaalf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

26 juni 2018
Strafkamer
nr. S 15/01912
ARA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 maart 2015, nummer 20/001660-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.I. Kool, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het tweede middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het eerste middel

3.1.
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden.
3.2.
Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van veertien maanden. In de omstandigheid dat de Hoge Raad eerst uitspraak doet nadat meer dan 36 maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep, vindt de Hoge Raad aanleiding de opgelegde gevangenisstraf te verminderen met twee maanden.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze twaalf maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de griffier
S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 juni 2018.