ECLI:NL:HR:2017:947

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 mei 2017
Publicatiedatum
23 mei 2017
Zaaknummer
15/03265
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in cassatie wegens termijnoverschrijding

De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag. Namens de verdachte heeft een advocaat een schriftuur ingediend, maar deze is pas na afloop van de wettelijke termijn bij de Hoge Raad ontvangen.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard vanwege het niet naleven van de termijn zoals voorgeschreven in artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De Hoge Raad heeft vervolgens het beroep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard omdat de wettelijke voorschriften omtrent tijdige indiening niet zijn nageleefd. Dit arrest is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 23 mei 2017.

Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het te laat indienen van de middelen.

Uitspraak

23 mei 2017
Strafkamer
nr. S 15/03265
CeH/DFL
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 juli 2015, nummer 22/004304-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.C. van Paridon, advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend, die echter eerst na afloop van de bij de wet gestelde termijn bij de griffie van de Hoge Raad is ingekomen.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 mei 2017.