Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
16 mei 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het hof had in het arrest een bewezenverklaring opgenomen zonder de inhoud van de gebruikte bewijsmiddelen voldoende uit te werken, zoals vereist volgens artikel 359 lid 3 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend voor het onderdeel van de bewezenverklaring en de strafoplegging met betrekking tot een specifiek feit onder het parketnummer 03/113115-15. De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat het ontbreken van een uitgewerkte inhoud van de bewijsmiddelen in het arrest een schending van het wettelijke voorschrift vormt.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het betrekking heeft op dat feit en de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.