Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2017:881

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 mei 2017
Publicatiedatum
16 mei 2017
Zaaknummer
15/04039
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 SrArt. 81 ROArt. 6 EVRMArt. 440 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bedreiging met vuurwapen in telefonische uitlating en redelijke termijn overschrijding

In deze strafzaak stond de vraag centraal of de telefonisch toegevoegde woorden 'ik kom wel even langs en dan laat ik je die ijzer wel zien' een bedreiging met een misdrijf tegen het leven vormen. De Hoge Raad bevestigde dat 'die ijzer' straattaal is voor een vuurwapen en dat de uitlating in de gegeven context bij de aangever de redelijke vrees kon opwekken voor levensgevaar, waarmee het opzet van de verdachte op die bedreiging gericht was.

Daarnaast werd het beroep in cassatie mede gebaseerd op de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, doordat stukken te laat door het hof werden ingezonden. De Hoge Raad stelde vast dat de termijn inderdaad was overschreden, maar gelet op de relatief lichte straf en de mate van overschrijding geen rechtsgevolgen aan deze overschrijding verbonden konden worden.

De overige middelen tot cassatie werden niet gegrond bevonden en behoefden geen nadere motivering. De Hoge Raad oordeelde dat er geen reden was om de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen en verwierp het beroep in cassatie. De strafoplegging bleef daarmee in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de strafoplegging van 4 maanden gevangenisstraf waarvan 2 voorwaardelijk.

Uitspraak

16 mei 2017
Strafkamer
nr. S 15/04039
AJ/SG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 augustus 2015, nummer 20/000562-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.A.M. Hendrix, advocaat te Sittard, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en tot zodanige op art. 440 Sv Pro gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2.Beoordeling van het eerste middel

2.1.
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
2.2.
Het middel is gegrond. Gelet op de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van 4 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en tweemaal een geldboete van € 170,-, subsidiair 3 dagen hechtenis en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

3.Beoordeling van het tweede en het derde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 mei 2017.