ECLI:NL:HR:2017:866

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 mei 2017
Publicatiedatum
12 mei 2017
Zaaknummer
16/01757
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 8:441 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling cassatieberoep inzake beschadiging lading tijdens vervoer en cognossementen

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van Malaysian International Shipping Corporation Berhad (MISC) behandeld, dat zich richtte tegen meerdere arresten van het gerechtshof Den Haag en eerdere vonnissen van de rechtbank Rotterdam. Het geschil betreft beschadiging van lading tijdens vervoer en de vraagstukken rondom het recht en de regelmatige cognossementshouder, waarbij ook een vergissing bij de afstempeling van cognossementen en verwarring omtrent de wederpartij aan de orde waren.

De Hoge Raad verwijst naar de uitgebreide procedure in de feitelijke instanties, waaronder meerdere vonnissen en arresten die aan dit arrest zijn gehecht. MISC heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de arresten van het hof, terwijl Royal Insurance (Malaysia) Sdn. Bhd., Unilever Nederland Services B.V. en Schutter International B.V. als verweerders hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaten van MISC hebben gereageerd. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is op grond van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt MISC in de kosten van het cassatiegeding, begroot op een bedrag van € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- aan salaris. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer G. de Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van MISC wordt verworpen en MISC wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

12 mei 2017
Eerste Kamer
16/01757
RM/JS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
MALAYSIAN INTERNATIONAL SHIPPING CORPORATION BERHAD (MISC),
gevestigd te Kuala Lumpur, Maleisië,
EISERES tot cassatie,
advocaten: mr. R.S. Meijer en mr. N.T. Dempsey,
t e g e n
1. ROYAL INSURANCE (MALAYSIA) SDN. BHD,
gevestigd te Kuala Lumpur, Maleisië,
2. UNILEVER NEDERLAND SERVICES B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
3. SCHUTTER INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. C.S.G. Janssens.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als MISC en Royal c.s.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 35487/HA ZA 95-423 van de rechtbank Rotterdam van 12 augustus 1999, 30 maart 2005, 10 augustus 2005 en 5 september 2007;
b. het arrest in de zaak 99/1011 van het gerechtshof ’s-Gravenhage van 4 juni 2002.
c. de arresten in de zaak 105.007.366 / 2007/1502 van het gerechtshof Den Haag van 28 april 2009, 28 juni 2011, 26 november 2013, 7 oktober 2014 en 29 december 2015.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen voornoemde arresten van het hof heeft MISC beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Royal c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van MISC hebben bij brief van 24 maart 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt MISC in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Royal c.s. begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
12 mei 2017.