Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
9 mei 2017.
Hoge Raad
Op 9 mei 2017 heeft de Hoge Raad der Nederlanden het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 oktober 2015 behandeld. Het cassatieberoep betrof een fiscale fraudezaak waarin verdachte werd veroordeeld. Namens verdachte diende advocaat B.J. Schadd een schriftuur in.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard moest worden. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigden, omdat verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het cassatieberoep dan wel de klachten niet tot cassatie konden leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. Hiermee werd het arrest van het gerechtshof in stand gelaten.
Het arrest werd gewezen door vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en E.F. Faase, en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard.