ECLI:NL:HR:2017:761

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 april 2017
Publicatiedatum
20 april 2017
Zaaknummer
16/04477
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROTitel II OnteigeningswetTitel IIa Onteigeningswet
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid algemeen directeur waterschap bij vervroegde onteigening en eisen aan onteigeningsverzoek

In deze zaak stond de vraag centraal of de algemeen directeur van het Waterschap Veluwe bevoegd is om namens het bestuur een verzoek tot vervroegde onteigening in te dienen. Eiser stelde zich hiertegen op en voerde klachten aan tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 3 augustus 2016.

De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instantie naar de eerdere vonnissen van de rechtbank en behandelt in cassatie uitsluitend de aangevoerde klachten. De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Het arrest bevestigt de geldende regels omtrent de bevoegdheid van het waterschap en de eisen aan een verzoek tot onteigening op grond van de Onteigeningswet, evenals de mogelijkheid tot een uitvoerbaar bij voorraad verklaring van een vonnis tot vervroegde onteigening.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

21 april 2017
Eerste Kamer
16/04477
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans,
t e g e n
het WATERSCHAP VALLEI EN VELUWE,
zetelende te Apeldoorn,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.P. van den Berg.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en het Waterschap.

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak C/16/401044/HL ZA 15/285 van de rechtbank Midden-Nederland van 2 december 2015 en 3 augustus 2016.
De vonnissen van de rechtbank zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de rechtbank van 3 augustus 2016 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het Waterschap heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Waterschap begroot op € 856,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
21 april 2017.