AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad bevestigt afwijzing ontbinding huurovereenkomst na fraude bij franchise supermarkt
In deze zaak stond de vraag centraal of het oordeel van het gerechtshof over fraude in het kader van een franchiseovereenkomst in strijd was met de onschuldpresumptie en of een beding dat een tekortkoming in de samenwerkingsovereenkomst gelijkstelt aan een tekortkoming in de huurovereenkomst onder artikel 7:291 BWPro valt.
Kippersluis Supermarkt Biltstraat B.V. vorderde ontbinding van de (onder)huurovereenkomst en ontruiming van de winkelruimte na beëindiging van de franchiseovereenkomst met Jumbo Supermarkten B.V. wegens ontdekking van fraude. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had eerder de ontbinding bevestigd.
Kippersluis stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, terwijl Jumbo voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelde. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Kippersluis zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leidden tot rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad veroordeelde Kippersluis tot betaling van de kosten van het cassatiegeding. Het arrest bevestigt daarmee het oordeel van het hof en de afwijzing van de vordering tot ontbinding en ontruiming op grond van fraude.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de ontbinding van de huurovereenkomst wegens fraude.
Uitspraak
21 april 2017
Eerste Kamer
16/00706
LZ/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
KIPPERSLUIS SUPERMARKT BILTSTRAAT B.V., gevestigd te Utrecht,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.E. Bruning,
t e g e n
JUMBO SUPERMARKTEN B.V., voorheen Super De Boer Winkels B.V., gevestigd te Veghel,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Kippersluis en Jumbo.
1.Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaken 818956 UC EXPL 12-9491 en 812795 UC EXPL 12-7540 van de kantonrechter te Utrecht van 10 oktober 2012 en 24 april 2013;
b. de arresten in de zaak 200.132.243 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 september 2013, 3 februari 2015 en 8 september 2015.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2.Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 8 september 2015 heeft Kippersluis beroep in cassatie ingesteld. Jumbo heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Jumbo mede door mr. J.M. Moorman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep en tot het niet bespreken van het incidenteel cassatieberoep.
De advocaat van Kippersluis heeft bij brief van 31 maart 2017 op die conclusie gereageerd.
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 ROPro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt Kippersluis in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Jumbo begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 21 april 2017.