ECLI:NL:HR:2017:737

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 april 2017
Publicatiedatum
20 april 2017
Zaaknummer
11/04060
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 42 FwArt. 47 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in faillissementszaak over selectieve betaling bestuurder

In deze zaak stond het beroep van de curator in het faillissement van Nutriscience B.V. centraal tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. De curator stelde dat de bestuurder zich schuldig had gemaakt aan een onrechtmatige daad door selectieve betaling, hetgeen gevolgen had voor de faillissementsprocedure.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten van lagere instanties en stelt vast dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, waarop de Hoge Raad dit advies volgde.

De Hoge Raad benadrukt dat de klachten niet leiden tot beantwoording van nieuwe rechtsvragen die relevant zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De curator wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Het arrest bevestigt daarmee de eerdere beslissingen en geeft geen nieuwe interpretatie van het faillissementsrecht of de toepassing van onrechtmatige daad in deze context.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de curator wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

21 april 2017
Eerste Kamer
11/04060
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
Mr. Roeland Hugo Gerard Marie KERCKHOFFS, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Nutriscience B.V.,
wonende en kantoorhoudende te Maastricht,
EISER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de curator en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 121717/HA ZA 07-708 van de rechtbank Maastricht van 20 augustus 2008;
b. het arrest in de zaak HD 200.018.873 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 15 maart 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de curator beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de curator heeft bij brief van 15 maart 2017 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
21 april 2017.