Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beoordeling van het derde middel
5.Slotsom
6.Beslissing
18 april 2017.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij werd veroordeeld voor verduistering van gehuurd materieel en oplichting door het aannemen van een valse hoedanigheid. De bewezenverklaring steunde uitsluitend op de verklaringen van telkens één aangever, wat volgens de Hoge Raad niet voldoet aan de wettelijke eis dat bewijs niet uitsluitend op één getuige mag berusten.
Het hof had vastgesteld dat verdachte zich wederrechtelijk had toegeëigend van machines, boormachines, boren en een glasbok, alsmede een verwarmingselement, terwijl hij deze goederen als huurder onder zich had. Daarnaast werd bewezen verklaard dat verdachte door zich als vertegenwoordiger van een bedrijf voor te doen, vier kerstpakketten wist te verkrijgen zonder betaling. De bewijsmiddelen bestonden uit aangiften en verklaringen van aangevers en de verdachte.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring niet met redenen was omkleed en onvoldoende was onderbouwd, met name omdat het bewijs uitsluitend steunde op één getuige per feit. Dit is in strijd met artikel 342, tweede lid, Sv. Ook de oplichting met de kerstpakketten kon niet zonder meer uit de bewijsmiddelen worden afgeleid. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en wees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.
De beslissing op schadevergoedingsmaatregelen en de vorderingen van benadeelden met betrekking tot andere feiten bleven in stand. Het beroep werd voor het overige verworpen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 18 april 2017.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor bepaalde bewezenverklaringen en strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.