Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
18 april 2017.
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen de verdachte wegens vernieling en het weghalen van nertsen op een nertsenfarm heeft het hof verklaringen van opsporingsambtenaren gebruikt die onder beperkte anonimiteit zijn gehoord. De verdachte stelde dat dit in strijd was met artikel 6 EVRM Pro en dat het bewijs onrechtmatig was verkregen omdat de verdediging de betrouwbaarheid van deze getuigen niet goed kon toetsen.
De Hoge Raad bevestigt dat de term "personen wier identiteit niet blijkt" in artikel 344a, derde lid, Sv niet van toepassing is op personen die weliswaar niet volledig met persoonsgegevens in het proces-verbaal staan, maar wel geïndividualiseerd kunnen worden en door de verdediging verhoord kunnen worden. De verklaringen van de opsporingsambtenaren, die onder codenummers zijn aangeduid en deels onder beperkte anonimiteit zijn gehoord door de rechter-commissaris, voldoen aan de wettelijke eisen zolang de reden voor de anonimiteit wordt gemotiveerd en het ondervragingsrecht van de verdediging niet wordt aangetast.
Het hof heeft gemotiveerd dat de beperkte anonimiteit noodzakelijk was vanwege de functie van de opsporingsambtenaren in een observatieteam en de vrees voor represailles. De verdediging heeft de mogelijkheid gehad deze getuigen te horen bij de rechter-commissaris en heeft de juistheid van de waarnemingen niet wezenlijk betwist. Het hof heeft daarom het bewijs niet uitgesloten en het beroep van de verdachte wordt verworpen.
De Hoge Raad benadrukt dat het ontbreken van zichtcontact en het niet vrijgeven van persoonsgegevens geen zodanige beperking is die het bewijs ongeloofwaardig maakt, zeker niet bij professionele verbalisanten. Ook is er voldoende niet-anoniem bewijs aanwezig dat de veroordeling ondersteunt. Het arrest bevestigt de rechtspraak dat beperkte anonimiteit van getuigen toelaatbaar is mits aan de motiverings- en ondervragingsvereisten wordt voldaan.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; het gebruik van verklaringen van beperkt anonieme getuigen is toelaatbaar en de veroordeling blijft in stand.