Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
18 april 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake medeplegen van hennepteelt en diefstal van elektriciteit. De hennepkwekerij werd ontdekt na een melding via Meld Misdaad Anoniem, waarna op grond van de oude Politiewet een camera werd geplaatst. Vervolgens betraden opsporingsambtenaren het bedrijfspand op basis van artikel 9.1.b van de Opiumwet.
De verdachte stelde middelen aan de orde met betrekking tot de rechtmatigheid van het binnentreden en de vraag of sprake was van medeplegen. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen.
Het arrest werd gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en de raadsheren Splinter-van Kan en Van de Griend, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 18 april 2017.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.